We verdelen onze vermogenspositie in drie onderwerpen, die we hierna toelichten:
- eigen vermogen;
- vreemd vermogen;
- weerstandsvermogen.
Eigen vermogen
Het eigen vermogen is opgebouwd uit algemene reserves en bestemmingsreserves. De algemene reserves bestaan uit de concernreserve en de reserve weerstandsvermogen. De concernreserve heeft geen vastgestelde bestemming en is daarmee ook het vrij besteedbare deel van de reserves. De bestemmingsreserves hebben een doel dat de raad heeft vastgesteld, en kunnen alleen voor dat doel worden aangewend, tenzij de raad de bestemming van de reserve wijzigt.
In het meerjarenperspectief daalt het eigen vermogen van € 36,6 miljoen eind 2025 naar € 35,4 miljoen eind 2029. In de Mutaties reserves per programma (in de financiële begroting) is een overzicht opgenomen van alle reservemutaties. In de bijlage Reserves en voorzieningen vindt u een overzicht van alle algemene- en bestemmingsreserves.
Het solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen als onderdeel van het totale vermogen. Het solvabiliteitsratio is over 2025 38,1 procent. Dit betekent dat 38,1 procent van het gemeentebezit met eigen vermogen gefinancierd is, wat matig is volgens de normen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De ratio van 27,3 procent in 2029 wordt (net) aangemerkt als onvoldoende. De resterende 61,9 procent van het totaal vermogen bestaat voor 40,7 procent uit lang aangetrokken geldleningen. De rest bestaat uit voorzieningen om toekomstige lasten te bekostigen, zoals onderhoud van de openbare ruimte, en daarnaast uit exploitatiegerelateerde posten zoals crediteuren en andere nog te betalen bedragen.
De tabel toont het solvabiliteitsratio in de periode 2025-2029.
Prognose per 31 december | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen (A) | 36.570 | 35.628 | 35.697 | 35.571 | 35.430 |
Totaal vermogen (B) | 96.102 | 104.202 | 112.610 | 122.040 | 129.798 |
Solvabiliteitsratio (A/B) | 38,1% | 34,2% | 31,7% | 29,1% | 27,3% |
(Bedragen x € 1.000)
Vreemd vermogen
Het vreemd vermogen is opgebouwd uit voorzieningen en schulden.
Voorzieningen
De stand van de voorzieningen bedraagt per 1 januari 2026 € 19,8 miljoen en is na vier jaar tijd gedaald naar € 17,1 miljoen. Voor de toelichting hierop verwijzen we naar de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen en de bijlage Reserves en voorzieningen.
Schulden
De schulden van de gemeente Voorschoten bestaan uit langlopende en kortlopende geldleningen. Op de langlopende geldleningen lossen we jaarlijks af. Voorschoten zal naar verwachting per 1 januari 2026 voor € 24,2 miljoen aan langlopende geldleningen en € 0,4 miljoen aan rekening-courant aangetrokken hebben. De netto schuldquote is op 1 januari 2026 26,0 procent, neemt in 2026 toe tot 36,0 procent en eindigt eind 2029 op 72,4 procent. Eind 2029 bedraagt de omvang van de lang aangetrokken financiering naar verwachting € 55,4 miljoen. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen we naar de paragraaf Financiering.
In de Nota schuldenbeheersing is afgesproken de omvang van de totale schuld, dus de lange én korte schuld, niet te laten oplopen tot meer dan 130 procent netto schuldquote. Meer hierover leest u in de paragraaf Financiering.
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen is het vermogen dat de gemeente nodig heeft om tegenvallers op te vangen zonder substantiële beleidsaanpassingen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde capaciteit ten opzichte van de Jaarrekening 2024 is verslechterd. Bij de jaarstukken 2024 was deze 4,0 en bij de begroting 2026 geldt een ratio weerstandsvermogen van 3,7. De huidige omvang van de reserve weerstandsvermogen staat op € 5,2 miljoen en is daarmee voldoende ten opzichte van de verwachte benodigde € 4,9 miljoen. Meer hierover leest u in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
