Deze tabel toont de baten en lasten van dit programma. De mutaties laten we apart zien. De tabel sluit af met het saldo.
Programma: P0 Bestuur en ondersteuning | Rekening | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | |
Totaal baten | Baten | 55.878 | 55.897 | 57.258 | 56.967 | 57.006 | 58.039 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal lasten | Lasten | -22.127 | -22.338 | -19.159 | -18.265 | -18.401 | -18.767 |
Saldo van baten en lasten | Saldo | 33.751 | 33.560 | 38.099 | 38.703 | 38.604 | 39.273 |
Mutatie reserves | |||||||
Totaal onttrekkingen | Baten | 2.037 | 2.135 | 510 | 0 | 0 | 0 |
Totaal stortingen | Lasten | -2.699 | -440 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo mutatie reserves | Saldo | -662 | 1.695 | 510 | 0 | 0 | 0 |
Saldo | |||||||
Totaal Programma | Saldo | 33.089 | 35.254 | 38.610 | 38.703 | 38.604 | 39.273 |
bedragen x € 1.000 | |||||||
( "-"= nadeel / "+"= voordeel ) | |||||||
De voornaamste verschillen op de baten en de lasten van tenminste € 50.000, of met een bijzondere oorzaak, staan hieronder uitgewerkt.
Programma 0 kent per saldo € 1.361.000 hogere baten in 2026 ten opzichte van 2025. Dit bestaat uit de volgende verschillen:
Algemene uitkering (€ 1.772.000 hogere baten)
Het verschil in de algemene uitkering wordt grotendeels veroorzaakt door een hogere uitkeringsfactor in 2026 ten opzichte van 2025. Dit leidt tot € 1.075.000 hogere baten. Daarnaast bevatte de Meicirculaire 2025 hogere baten van € 706.000. Omdat dit wel is verwerkt in de begroting 2026, maar nog niet in de cijfers van 2025 (dit volgt in de najaarsnota), geeft dit een verschil. De resterende lagere baten va € 9.000 betreft overige kleine verschillen.
Belastinginkomsten (€ 126.000 hogere baten)
De geraamde belastingopbrengsten zijn in 2026 € 126.000 hoger geraamd dan in 2025. Dit heeft te maken met de areaaluitbreiding bij de onroerendezaakbelastingen, onder andere door projecten bij Het Fortuyn van Voorschoten en Park Beresteyn. Op basis van amendement 349 zijn de ozb-baten niet geïndexeerd. Hiermee is amendement 349 afgedaan.
Rente op kapitaallasten (€ 332.000 lagere baten)
Het onderdeel rente binnen de kapitaallasten wordt vanuit programma 0 doorbelast naar de betreffende programma's. Deze doorbelasting vanuit programma 0 stond nu als baat begroot, maar moet boekhoudkundig als negatieve last worden opgenomen. Deze technische mutatie leidt tot een gelijke aanpassing op de baten en de lasten van € 332.000, die per saldo neutraal is.
Bijdrage Leidse regio voor capaciteit maatschappelijke zorg (€ 93.000 lagere baten)
Er is sprake van € 93.000 lagere baten op programma 0, omdat de bijdrage die Voorschoten vanuit de Leidse regio ontvangt voor capaciteit binnen maatschappelijke zorg is verplaatst naar programma 6. Dit leidt in programma 0 tot een verschil, maar niet binnen de totale begroting, omdat het een neutrale verschuiving betreft.
Rentebaten schatkistbankieren (€ 93.000 lagere baten)
De liquiditeitsprognose wijst uit dat het saldo op schatkistbankieren in 2026 € 0 is en blijft. Op basis hiervan ramen we in 2026 ook geen rentebaten. Ten opzichte van 2025 leidt dit tot lagere baten van € 93.000.
Het restant van € 20.000 lagere baten betreft overige kleine verschillen kleiner dan € 50.000 en zonder bijzondere oorzaak.
Programma 0 kent per saldo € 3.179.000 lagere lasten in 2026 ten opzichte van 2025. Dit bestaat uit de volgende verschillen:
Salarissen en salarisdoorbelasting (€ 821.000 lagere lasten)
De cao-afspraken voor 2025-2027 zijn verwerkt in de salarisraming. Dit leidt in 2026 tot hogere salarislasten van € 1.507.000 ten opzichte van 2025. Dit verschil wordt verklaard doordat in de cijfers van 2025 de nieuwe cao nog niet is verwerkt. Tegenover de hogere salarislasten stond een stelpost, die volledig is vrijgevallen. Omdat in 2025 deze stelpost nog wel beschikbaar is, leidt dit tot lagere lasten van € 548.000.
Binnen de spelregels voor gemeentefinanciën is bepaald dat alle lasten, dus ook die van salarissen, verantwoord moeten worden binnen het programma waar ze betrekking op hebben. Een deel van de salarislasten moet dan ook vanuit programma 0 worden doorbelast naar de andere programma's. Deze doorbelasting is in 2026 ten opzichte van 2025 € 1.781.000 hoger, wat in programma 0 leidt tot lagere lasten. Dit bedrag wordt op de volgende manier over de programma's verdeeld:
- Programma 1: hogere lasten van € 169.000
- Programma 2: hogere lasten van € 103.000
- Programma 3: hogere lasten van € 60.000
- Programma 4: hogere lasten van € 5.000
- Programma 5: lagere lasten van € 41.000
- Programma 6: hogere lasten van € 360.000
- Programma 7: hogere lasten van € 346.000
- Programma 8: hogere lasten van € 778.000
- Totaal: € 1.781.000 hogere lasten.
Businesscases gemeentehuis en gemeentewerf (€ 523.000 lagere lasten)
In 2025 is budget beschikbaar voor de uitvoering van de businesscases voor het gemeentehuis en de gemeentewerf. Dit is in 2026 niet beschikbaar, wat leidt tot lagere lasten.
Flexibele schil (€ 455.000 lagere lasten)
Bij de kadernota 2026 is er een aanvullend budget opgenomen voor de flexibele schil. Ten opzichte van 2025 is er toch sprake van lagere lasten omdat bij de voorjaarsnota 2025 een eenmalig hogere bijstelling is geweest om de lasten voor verzuim te dekken. Per saldo is er daarom in 2026 sprake van € 455.000 lagere lasten dan in 2025.
Stelposten (€ 345.000 lagere lasten)
In 2026 resteert er minder op de stelposten dan in 2025. Dit heeft met name te maken met de nieuwe methodiek om de stelpost voor areaaluitbreiding te bepalen. De nieuwe methode leidt tot een lager benodigde stelpost dan voorheen.
Rente op kapitaallasten (€ 332.000 lagere lasten)
Zie dezelfde post onder de toelichting op de verschillen van de baten.
Organisatieontwikkeling (€ 273.000 lagere lasten)
In 2025 was er een hoger budget beschikbaar voor organisatieontwikkeling dan in 2026. Dit leidt tot lagere lasten van € 273.000.
Kapitaallasten (€ 239.000 lagere lasten)
Het actualiseren van de investeringsplanning leidt tot bijstelling van de kapitaallasten. Ten opzichte van 2025 leidt dit op programma 0 tot € 239.000 lagere lasten. De bijstelling van de kapitaallasten heeft daarnaast ook effect op andere programma's. Dit effect is hieronder voor alle programma's opgenomen, en wordt in de betreffende programma's kort benoemd als het verschil groot genoeg is.
- Programma 1: effect nihil
- Programma 2: hogere lasten van € 75.000
- Programma 3: hogere lasten van € 6.000
- Programma 4: effect nihil
- Programma 5: hogere lasten van € 59.000
- Programma 6: hogere lasten van € 17.000
- Programma 7: hogere lasten van € 30.000
- Programma 8: hogere lasten van € 49.000
Cliëntvolgsysteem (€ 230.000 lagere lasten)
In 2025 vond de implementatie plaats van het nieuwe cliëntvolgsysteem voor de Wmo en jeugd. Omdat de implementatiekosten van € 80.000 vervallen in 2026, en de structurele lasten van € 150.000 van het systeem zijn verplaatst naar programma 6, leidt dit in programma 0 tot lagere lasten van per saldo € 230.000.
Herverdeling budget subsidie huurcompensatie (€ 184.000 lagere lasten)
Het budget voor de subsidieregeling ter compensatie van kostendekkende huren stond begroot in programma 0, maar heeft betrekking op verschillende panden in meerdere programma's. Het budget is neutraal verdeeld naar de programma's, wat leidt tot een lagere lasten in programma 0 van € 184.000. Het effect op de programma's is als volgt:
- Programma 4: hogere lasten van € 18.000
- Programma 5: hogere lasten van € 82.000
- Programma 6: hogere lasten van € 84.000
- Totaal: hogere lasten van € 184.000. Per saldo neutraal met de lagere lasten op programma 0.
Bijstelling personeelsbegroting in 2025 (€ 145.000 lagere lasten)
Bij de voorjaarsnota 2025 is aanvullend budget beschikbaar gesteld ter dekking van hogere kosten voor personeel. Omdat dit in 2026 niet beschikbaar is, leidt dit tot lagere lasten.
Implementatie financieel systeem (€ 95.000 lagere lasten)
De implementatie van het nieuwe boekhoudpakket wordt in 2026 voltooid. De implementatiekosten liggen in 2026 daarom lager dan in 2025.
Bestuurskrachtonderzoek (€ 80.000 lagere lasten)
In 2025 is een bestuurskrachtonderzoek uitgevoerd. Hiervoor was eenmalig € 80.000 beschikbaar.
Bijdrage aan Holland Rijnland (€ 74.000 lagere lasten)
De bijdrage aan Holland Rijnland is in 2026 €74.000 lager dan in de begroting 2025. Dit heeft te maken met de taakstelling op de gemeenschappelijke regelingen en het niet meer ramen van de compensabele btw (zie toelichting in de kadernota 2026 bij onderdeel D9).
Ontvlechting sociaal domein (€ 41.000 lagere lasten)
In 2025 was er budget beschikbaar voor de afwikkeling van de ontvlechting voor het sociaal domein. Dit is niet meer nodig in 2026, daarom leidt dit tot lagere lasten.
DVO I&D (€ 485.000 hogere lasten)
De bijdrage voor de Dienstverleningsovereenkomst Informatie- en datamanagement (DVO I&D) ligt in begrotingsjaar 2026 hoger dan in 2025. Deels betreft dit projecten die in 2026 lopen, waarvan de kosten worden gedekt uit een reserve (zie onderdeel verschil op reserves).
Algemene personeelskosten (€ 112.000 hogere lasten)
Binnen de algemene personeelsbudgetten is er enerzijds sprake van hogere lasten, door bijstellingen op de opleidingskosten en budgetten voor bindingsactiviteiten en de arbo. Hier tegenover staan lagere lasten omdat er in 2026 geen raming is opgenomen voor kosten voor voormalig personeel. Per saldo is er sprake van € 112.000 hogere lasten.
Rentelasten op leningen (€ 57.000 hogere lasten)
- Kortlopende leningen
In 2026 verwachten we een kortlopende lening te moeten aantrekken, terwijl dat in 2025 niet nodig is. Dit leidt tot hogere rentelasten in 2026 van € 76.000.
- Langlopende leningen
In 2025 hoeft geen nieuwe langlopende lening aangetrokken te worden. Ondertussen lossen we wel regulier af, wat in 2026 tot lagere rentelasten leidt van € 19.000.
Per saldo zorgt de rente op kort- en langlopende leningen voor € 57.000 hogere lasten.
Het restant van € 4.000 hogere lasten betreft overige kleine verschillen kleiner dan € 50.000 en zonder bijzondere oorzaak.
Mutaties reserves
Onttrekkingen (€ 1.625.000 lagere baten)
In tegenstelling tot in 2025 worden er in 2026 geen reserve-onttrekkingen geraamd voor de businesscases voor het gemeentehuis en de gemeentewerf (€ 523.000), het opheffen van diverse reserves (€ 440.000), organisatieontwikkeling (€ 398.000), kosten voor voormalig personeel (€ 162.000), de implementatie van het cliëntvolgsysteem (€ 150.000), de viering van tachtig jaar bevrijding (€ 50.000), de ontvlechting van het sociaal domein (€ 41.000), en de verduurzaming vastgoed (€ 28.000). Daarnaast wordt er € 170.000 minder onttrokken voor de implementatie van het nieuwe financieel systeem.
Het restant van € 45.000 betreft overige kleine verschillen kleiner dan € 50.000 en zonder bijzondere oorzaak.
Stortingen (€ 440.000 lagere lasten)
In 2026 zijn er binnen programma 0 geen stortingen in reserves geraamd, waar dit in 2025 wel het geval was omdat het saldo van opgeheven reserves aan andere reserves werd toegevoegd (€ 440.000).
