Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de organisatie. Met het risicomanagementsysteem prioriteren we risico’s en beoordelen we risico’s op systematische wijze. Hiermee kunnen we passende beheersmaatregelen nemen.
We hebben bij de jaarstukken in 2024 23 risico’s in kaart gebracht in de organisatie, waarbij we voor ieder risico een risicoprofiel hebben opgesteld. We hebben de risico’s bij de deze begroting geactualiseerd en aangevuld met nieuw geïdentificeerde risico’s. Daarnaast zijn er een aantal risicogebieden waarnaar we in 2026 nader onderzoek zullen doen, zoals de voorgenomen oprichting van een warmtebedrijf en verzakkingen in Starrenburg II. In 2026 zal een verdere doorontwikkeling van de werkwijze rondom risicobeheersing worden gestart.
Zoals voorgeschreven in de Nota Risicomanagement & weerstandsvermogen hebben we de tien risico’s met de hoogste bijdrage aan de benodigde weerstandscapaciteit opgenomen in een overzicht. Dat overzicht hebben we aangevuld met de beheersmaatregelen die we hebben getroffen. We hanteren een opslag van 30 procent voor overige risico’s, op basis van de daadwerkelijke risico in de begroting. De Nota Risicomanagement & weerstandsvermogen hanteert hiervoor 10 procent.
De ‘top 10 risico's' tellen op tot € 3.764.000, de opslag van 30 procent voor kleinere risico's geeft een totaal risico van € 4.893.000.
De financiële risico's van de gemeente zijn € 0,2 miljoen lager dan in de jaarstukken 2024. De ‘top 10 risico’s' staan in de volgende tab el, met daaronder een toelichting per risico.
Omschrijving | Maximale omvang | Kans | Gemiddelde omvang | Risicoprofiel | |
1. Algemene uitkering Gemeentefonds | 1.900 | 70 | 950 | 665 | |
2. Verantwoordelijkheid sociaal domein (inclusief jeugd) | 3.673 | 30 | 1.836 | 551 | |
3. Technische staat van de tunnel Horst en Voordelaan | 10.000 | 10 | 5.000 | 500 | |
4. Garantstellingen | 82.044 | 1 | 41.022 | 410 | |
5. Schade vuilwateroverlast | 2.500 | 30 | 1.250 | 375 | |
6. Informatieveiligheid | 2.500 | 30 | 1.250 | 375 | |
7. Grondexploitatie Duivenvoordecorridor | 1.086 | 25 | 1.086 | 271 | |
8. Renterisico | 4.586 | 10 | 2.293 | 229 | |
9. Uitkeringen sociaal domein | 608 | 70 | 304 | 213 | |
10. Ontsluiting Het Fortuyn van Voorschoten op Leids grondgebied | 700 | 50 | 350 | 175 | |
Totaal | 3.764 | ||||
30% opslag overige risico's | 1.129 | ||||
Totaal risico's | 4.893 | ||||
(bedragen x € 1.000) | |||||
Deze risico's worden navolgend toegelicht.
1. Algemene uitkering Gemeentefonds
De gemeente loopt risico op lagere inkomsten uit de algemene uitkering Gemeentefonds door exogene ontwikkelingen, dus van ontwikkelingen die vanbuiten de gemeente komen. Bijvoorbeeld: |
|---|
Toelichting |
Het totale herverdeeleffect van Voorschoten betreft € 140 per inwoner nadelig. Voor 2023 t/m 2025 geldt een ingroeipad van nadelig € 37,50 per inwoner. Voor het jaar 2026 heeft het Rijk in een Kamerbrief aangekondigd dat verdere oploop pas plaatsvindt in 2027. Hierdoor resteert eind 2026 nog € 102,50 per inwoner, een risico van structureel € 2,6 miljoen (25.627 inwoners x € 102,50). Begin 2025 zijn drie onderzoeken naar de nieuwe verdeling van het gemeentefonds afgerond. De uitkomsten hiervan geven niet voldoende houvast voor een concrete aanpassing van het (nieuwe) verdeelmodel. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft in een Kamerbrief vervolgonderzoeken aangekondigd, waaruit moet blijken of aanpassing van het nieuwe verdeelmodel gewenst is. Hiervoor zou wel het streven zijn dat de vervolgonderzoeken zijn afgerond, maar dat is geen noodzakelijke voorwaarde. Het maximale risico op de overige ontwikkelingen wordt geraamd op structureel € 0,5 miljoen. |
Beheersmaatregelen |
In de Begroting 2026 is vanaf 2027 een stelpost opgenomen voor inkomstenderving als gevolg van een verder oplopende korting of het herverdeeleffect. Daarbij is uitgegaan dat voor de periode 2027 t/m 2029 jaarlijks een verdere oploop van € 15 per inwoner gehanteerd wordt. In 2027 resulteert dit in een nadeel van € 384.000, in 2028 van € 768.000 en in 2029 van € 1.152.000. Als we rekening houden met beheersmaatregelen die worden genomen, is het maximale risico op een nadeel uit de herverdeling in de huidige begroting € 1,4 miljoen (€ 2,6 miljoen - € 1,2 miljoen). Het maximale risico op de overige beschreven ontwikkelingen is € 0,5 miljoen. Hiermee komt het totale risico uit op structureel € 1,9 miljoen. We schatten de kans op dit risico hoog in en daarom ramen we dit op 70 procent. |
2. Verantwoordelijkheid sociaal domein (inclusief jeugd)
De gemeente loopt het risico op hogere uitgaven doordat onder andere de jeugdhulp en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een open einde karakter hebben. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de stijging van de omgang van de doelgroep, de stijging van de zorgkosten en de toenemende complexiteit van zorgvragen. Aanvulling. |
|---|
Toelichting |
Bij het bepalen van het maximale risico gaan we uit van structureel 20 procent van het totale budget van € 18,4 miljoen. De kans dat dit risico zich voordoet schatten we op redelijk klein (30%), omdat we de begroting in de reguliere planning en control (P&C)-cyclus aanpassen op basis van de laatste prognoses. |
Beheersmaatregelen |
Gedurende de P&C-cyclus rapporteren we over eventuele ontwikkelingen en verwerken we financiële consequenties. Er is zowel voor jeugdhulp als de Wmo een dashboard. Ook voeren we kostenbesparende maatregelen in. |
3. Technische staat van de tunnel Horst en Voordelaan
De kwaliteit van het beton bij de tunnel Horst en Voordelaan verkeert in slechte staat ter hoogte van de toeritten west en oost. De onzekerheid over de hoogte van de kosten voor herstel, brengt een financieel risico met zich mee, dat de gemeente nog niet begroot heeft. Voor de levensduur van een tunnel wordt meestal een periode van honderd jaar gerekend. De tunnel Horst en Voordelaan is gebouwd in 1968/1969 en zou daarom constructief tot 2069 stand moeten houden. |
|---|
Toelichting |
Het ingenieursbureau Iv-infra heeft onderzoek gedaan naar de technische en constructieve toestand van de toeritten van de tunnel. Daaruit blijkt dat de constructie nog voldoende sterk is en er geen acuut gevaar is. Er zijn momenteel gesprekken tussen ProRail, de provincie Zuid-Holland en de gemeente over een gezamenlijke probleemanalyse en heroverweging van de rolverdeling, op basis van actuele gebruikswaarden en maatschappelijke opgaven. |
Beheersmaatregelen |
De voorlopige conclusie uit het onderzoek naar de technische staat van de tunnel Horst- en Voordelaan is dat er geen acuut gevaar is. We monitoren de constructie nauwlettend. We blijven met ProRail en de provincie in gesprek over de rol van alle betrokken partijen in het licht van actuele maatschappelijke opgaven (mobiliteit, veiligheid, erfgoed, duurzaamheid), en om gezamenlijk te komen tot een gedragen en haalbare oplossing voor de noodzakelijke herstelmaatregelen of vernieuwing. Hierbij spreken we over eigendom, subsidiëring, kostenverdeling en projectaanpak. Uit het onderzoek van Iv-infra blijkt inmiddels dat de maximale kosten hoger zijn dan eerder verwacht. Voor maatregelen om de levensduur te verlengen moet worden gerekend op € 10 à € 15 miljoen. Voor het geheel vernieuwen van de tunnel moet worden uitgegaan van € 20 à € 25 miljoen. Afhankelijk van de afspraken met ProRail en de provincie kunnen we bepalen of we de levensduur verlengen of de tunnel versneld vernieuwen, en hoe de kostenverdeling daarvan is. Tot hier meer helderheid over is, handhaven we het huidige risicoprofiel. |
4. Garantstellingen
Het financiële risico dat de gemeente loopt als een garantienemer niet aan zijn of haar betalingsverplichtingen kan voldoen en de geldverstrekker een beroep doet op de door de gemeente afgegeven garantie. |
|---|
Toelichting |
De maximale omvang van alle bankgaranties aan instellingen en particulieren die nog openstaan, is eind juni 2025 € 82,0 miljoen, met € 1,2 miljoen voor directe garanties en € 80,8 miljoen voor indirecte garanties. De grootste toename ten opzichte van de Begroting 2025 zit in de indirecte garanties. Dat zijn leningen van de woningbouwcorporaties. Die zullen eerst het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) aanspreken voordat zij een beroep doen op de garantstelling door de gemeente. Omdat WSW het risico in eerste aanleg heeft afgedekt, schatten we de kans dat dit risico optreedt als zeer laag in. De gemeente is bij directe garantstellingen zelf aanspreekbaar. Gemiddeld schatten we het risico in op 1 procent. Het risicoprofiel van directe en indirecte garanties is incidenteel € 410.000. |
Beheersmaatregelen |
Het gemeentelijk beleid is erop gericht dat we geen nieuwe garantstellingen zonder waarborg afgeven. Bij de afgifte van garanties kijken we naar de kredietwaardigheid van de partijen. Daarnaast passen we deze beheersmaatregelen toe: |
5. Schade vuilwateroverlast
Als gevolg van storingen, menselijk handelen, verstoppingen, breuk of ander externe onverwachte situaties, zoals een stroomstoring, hevige regenval of uitval van de hoofdgemalen van hoogheemraden, is het mogelijk dat het rioolstelsel niet goed functioneert. Daardoor kan er vuil water in het openbaar gebied lopen. |
|---|
Toelichting |
Door klimaatverandering neemt de kans op extreme regenval en stroomuitval toe. Het risico daarbij is dat het riool het water niet goed kan verwerken. Het riool in Voorschoten is grotendeels een gemengd stelsel: schoon en vuil water worden door dezelfde rioolbuis getransporteerd. Bij overstroming van het riool zal daardoor vervuild water aan de oppervlakte komen. We verwachten dat daardoor enkele straten zouden kunnen onderlopen. We schatten dat het herstel van de milieuschade die daardoor ontstaat ons maximaal incidenteel € 2,5 miljoen zal kosten. De kans dat dit gebeurt is toegenomen door de klimaatverandering; we schatten die op 30 procent. |
Beheersmaatregelen |
Om de kans op vuilwateroverlast te verkleinen, is tijdig onderhoud aan de riolering nodig. Door daarbij een programma op te zetten waarmee het gemengde stelsel wordt vervangen door een gescheiden stelsel, wordt de kans op vuilwateroverlast aanzienlijk verkleind. Ook werken we aan een centrale overstort aan de Korte Vliet. In combinatie met de centrale persleiding vermindert een centrale overstort het risico van afvalwater op straat. |
6. Informatieveiligheid
Risico’s op het gebied van informatieveiligheid zijn onder andere hacks, ransomwareaanvallen en ongeautoriseerde toegang tot informatie. Hoewel we diverse maatregelen treffen om dat te voorkomen, blijft er altijd een risico bestaan met potentieel grote impact. |
|---|
Toelichting |
Toelichting Maar ook het risico op het ongeautoriseerd gebruiken of bewerken van informatie zonder dat er sprake is van kwade opzet, moet op grond van wetgeving en integriteit van informatie worden uitgesloten. Incidenten kunnen ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de dienstverlening. |
Beheersmaatregelen |
De gemeente investeert jaarlijks om te borgen dat zij aan de vereiste beveiligingsrichtlijnen voldoet. Zo neemt de gemeente bijvoorbeeld maatregelen om in de basis van de Cyberbeveiligingswet (NIS2-richtlijn) te voorzien. We hebben continue monitoring van dreigingen geïmplementeerd en waar nodig ondernemen we actie. Daarnaast voeren we interne en externe audits uit waarin we verantwoording afleggen aan toezichthouders. De uitkomsten van de zelfevaluaties en audits geven input voor ons jaarlijkse informatiebeveiligingsplan. Ook besteden we continu aandacht aan bewustwording bij onze medewerkers. |
7. Grondexploitatie Duivenvoordecorridor
Het risico grondexploitatie Duivenvoordecorridor gaat over financieel verlies op de grondexploitatieprojecten en bestuurlijke imagoschade. |
|---|
Toelichting |
In bovenstaande tabel is het risicoprofiel op eindwaarde opgenomen. Daarbij is uitgegaan van onderstaande risico’s: Het gemiddeld risico is gelijk aan het maximale risico; dat is consistent met de risicoanalyse van de grondexploitatie. |
Beheersmaatregelen |
Om deze risico’s te beheersen, nemen we deze maatregelen: |
8. Renterisico
Het renterisico betreft het risico dat de gemeente loopt bij hoge rentestijgingen bij nieuw aan te trekken geldleningen. |
|---|
Toelichting |
In de begroting wordt een momentopname van de rente op langlopende geldleningen gebruikt als uitgangspunt om de rentelast te bepalen. Het risico kan zich voordoen dat het daadwerkelijke rentetarief op een af te sluiten langlopende lening hoger uitvalt dan voorzien. Dit zou leiden tot verhoogde rentelasten ten opzichte van wat is opgenomen in de begroting. In de begroting 2026 is voorzien dat voor bijna € 87,4 miljoen lang geld aangetrokken moet gaan worden in de periode tot en met 2035. Hiertegenover staat een totale rentelast op die betreffende leningen van € 30,6 miljoen. Wanneer bijvoorbeeld wordt uitgegaan van een rentetarief dat 0,5 procent hoger ligt dan begroot komt de totale rentelast uit op € 35,2 miljoen. Het verschil van € 4,6 miljoen betreft het maximale risico. De kans dat de rentetarieven 0,5 procent hoger uitvallen dan begroot wordt momenteel op 10 procent ingeschat, ingegeven door de rentevisie. In de paragraaf financiering gaan we dieper in op de rentevisie. Het risicoprofiel wordt hiermee vastgesteld op € 229.000. |
Beheersmaatregelen |
We monitoren continu de ontwikkelingen over de rente. Eventuele financiële consequenties verwerken we gedurende de reguliere P&C-cyclus. |
9. Uitkeringen sociaal domein
Door economische ontwikkelingen is het risico dat er een groter beroep wordt gedaan op de uitkeringsregelingen dan we hebben begroot en waarvoor we een bijdrage krijgen van het Rijk (Bundeling van uitkeringen inkomensvoorzieningen aan gemeenten (BUIG), Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en bijzondere bijstand (BB)). |
|---|
Toelichting |
Vanaf 2019 geldt bij de BUIG voor gemeenten een eigen risico van 7,5 procent. Als de uitgaven voor de BUIG tussen de 7,5 procent en 12,5 procent hoger zijn dan het budget dat de gemeente hiervoor ontvangt van het Rijk, wordt dit verschil voor 50 procent vergoed. Uitgaven boven de 12,5 procent worden door een vangnetuitkering geheel vergoed. Het maximale tekort komt daarmee op structureel 10 procent van het budget. De kans dat dit risico zich voordoet schatten we in op 30 procent. |
Beheersmaatregelen |
We zetten extra in op uitstroombeleid met het re-integratie- en participatiebeleid en reguliere participatiemiddelen. Daarmee voldoen we aan de voorwaarden van de vangnetuitkering. Er zijn werkprocessen geïmplementeerd voor poortwachtersfunctie, beheer lopende uitkeringen, beëindigingen, enzovoort. |
10. Ontsluiting Het Fortuyn van Voorschoten op Leids grondgebied
Met de vaststelling van het bestemmingsplan voor de Intratuinlocatie was duidelijk dat we de ontsluiting van de nieuwe wijk Het Fortuyn van Voorschoten aan de Leidse kant moesten uitwerken en afstemmen met de gemeente Leiden. Inmiddels hebben we hierover gesprekken gevoerd met de gemeente Leiden en is bekend welke bijdrage wij moeten leveren. We hebben in een anterieure overeenkomst met de projectontwikkelaar afgesproken dat die 50 procent van de bijdrage van Voorschoten voor zijn rekening neemt. Het risico bestaat dat de ontwikkelaar zich niet aan deze afspraak houdt. |
|---|
Toelichting |
In de anterieure overeenkomst Herontwikkeling Intratuinlocatie Leidseweg 518 met de projectontwikkelaar hebben we financiële afspraken gemaakt over de verdeling van kosten voor de verkeersontsluitingen aan Het Fortuyn van Voorschoten. Deze zijn 50 procent voor gemeente Voorschoten en 50 procent voor de ontwikkelaar. De ontwikkelaar heeft (nog) geen toezegging gedaan over de extra financiële bijdrage. Het risico bestaat dat de ontwikkelaar niet of niet geheel over de brug komt. In dat geval draait de gemeente op voor die kosten. Dit risico is maximaal incidenteel € 700.000. De kans wordt geschat op 50 procent. |
Beheersmaatregelen |
Als de ontwikkelaar zich niet aan de afspraken van de anterieure overeenkomst houdt, dan zijn we gedwongen om juridische maatregelen te nemen. |
